Het COCP-programma stimuleert kinderen of volwassenen die door een handicap niet of nauwelijks kunnen spreken nieuwe communicatieve vaardigheden te ontwikkelen of bestaande communicatievormen vaker te gebruiken.

 

Het programma gaat ervan uit dat kinderen het meeste leren in alledaagse situaties, zoals eten, naar bed gaan of spelen. Daarom is het belangrijk dat iedereen die een rol speelt in het leven van het kind, zoals ouders, broertjes en zusjes, grootouders, oppassen en hulpverleners, actief meedoet aan het programma. 

 

Samen met degene die niet spreekt bouwen zij aan een passend efficiënt en doelgericht communicatiesysteem. Maatwerk. 

De uitgangspunten

Van nature leren kinderen het meeste door samen met anderen dingen te doen. Ze reageren op gezichtsuitdrukkingen van ouders, broertjes en zusjes, kopiëren gedrag en leren de eerste woordjes. Als baby al leggen ze zo de basis voor hun verdere ontwikkeling.

Bij kinderen met ontwikkelingsproblemen verloopt deze prille interactie over het algemeen anders, ze maken moeizaam contact, beginnen niet of nauwelijks met praten of gaan afwijkend gedrag vertonen.
Het COCP-programma gaat ervan uit dat als de relatie tussen het nauwelijks- of niet-sprekende kind en zijn omgeving verbetert, de communicatieve en sociale vaardigheden van het kind zich vanzelf verder zullen ontwikkelen. Het programma gaat daarmee terug naar de natuurlijke basis van het kind.

De doelstelling
Het COCP-programma gaat in tegenstelling tot veel andere methodes nadrukkelijk uit van de wisselwerking tussen het kind of volwassene en zijn omgeving.

Dit komt ook tot uitdrukking in de tweeledige doelstelling: 

  • • Het kind krijgt een betere toegang tot communicatie door een adequaat persoonlijk communicatiesysteem waarmee het leert omgaan.
  • • Communicatiepartners leren om het kind zoveel mogelijk gelegenheden te geven om te communiceren, vooral door een betere afstemming van hun interactiestijl en taalaanbod op de mogelijkheden van het kind.

 

Bjorn, Jordy, Thomas en Raymond bereiden zich voor op werken in het praktijklokaal. De begeleider laat zien wat de taken zijn van een baliemedewerker en hoe de jongens die kunnen uitvoeren: Bjorn en Jordy gebruiken een stemcomputer met pictogrammen, Thomas gebaart en Raymond kan praten.

De kernonderdelen 

Als mensen communiceren hebben ze daar een bedoeling mee, ze willen een boodschap overbrengen, informatie vragen, gevoelens kenbaar maken of simpelweg contact maken. En dat doen ze op veel verschillende manieren: met woorden of geluiden, maar ook met gebaren, gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding.

Of en op welke manier zo’n boodschap overkomt, hangt voor een groot deel af van de reactie of opmerkzaamheid van de gesprekspartner. Interactie tussen mensen kent dus drie basiscomponenten: inhoud, vorm en gebruik.

Het COCP-programma neemt deze drie basiscomponenten als uitgangspunt en spreekt van communicatieve functies, communicatievormen en partnerstrategieën.

Met de term communicatieve functie wordt verwezen naar de verschillende bedoelingen van communicatief gedrag, het begrip communicatievorm staat voor de verschillende manieren waarop de bedoelingen overgebracht kunnen worden. De partnerstrategieën scheppen de randvoorwaarden waarbinnen de communicatie het best tot zijn recht komt.

Compleet pakket

COCP is een uitgebreid programma en bestaat uit drie onderdelen:

  •  – COCP is bedoeld voor kinderen met een ernstige motorische beperking die niet of nauwelijks gebruik kunnen maken van gesproken taal en daardoor ernstige belemmeringen ondervinden in hun communicatieve ontwikkeling.
  • – COCPvg is ontwikkeld voor kinderen en volwassenen met (zeer) ernstige meervoudige of verstandelijke beperkingen die niet of nauwelijks spreken.
  • – COCP in de klas laat zien hoe leerkrachten en groepsleiders het programma kunnen inzetten in groepen met zowel kinderen die kunnen praten als kinderen die vooral gebruikmaken van andere communicatievormen.
  • “Wat mij betreft zijn de communicatieve functies, communicatievormen en partnerstrategieën met recht de kernonderdelen van het COCPvg-programma. Ze bieden een belangrijke bijdrage aan de beeldvorming, op te zetten doelen en acties.”
    (gedragsdeskundige) 

Plan van aanpak

Hoe kan ik mijn kind beter begrijpen? Of stimuleren nieuwe vaardigheden te leren en duidelijker en vaker te communiceren?

Het opzetten van een COCP-programma begint met een duidelijke hulpvraag. Deze vraag kan komen vanuit de ouders of verzorgers van het kind, maar ook vanuit de dag- of woonvoorziening waar het kind verblijft.

Voorwaarde is wel dat zowel het kind als zijn omgeving geschikt is voor het programma.

Met name van ouders en begeleiders wordt veel gevraagd. Zij zullen niet alleen tijd en energie in het programma moeten kunnen steken, maar ook bereid moeten zijn om kritisch te kijken naar hun eigen gedrag en handelen.

Videoregistraties 

Omdat beelden vaak zoveel meer zeggen dan woorden maakt het COCP-programma veelvuldig gebruik van video-observaties. Om te beginnen in de onderzoeksfase, waarbij de beelden waardevolle informatie geven over het gedrag van het kind en zijn communicatiepartners. Maar ook later tijdens de individuele begeleidingssessies zijn videobeelden een belangrijk gereedschap. Veelal zijn mensen zich niet bewust van hun eigen gedrag en hoe zij reageren op het gedrag van de ander. Jezelf terugzien kan dan een ware ontdekking zijn en veel aanknopingspunten opleveren die helpen om de communicatie verder uit te bouwen.

 

Het onderzoek 

Rond elk kind wordt een communicatiegroep samengesteld, bestaande uit de mensen die het kind of de volwassene het beste kennen en een team van professionals (denk daarbij aan logopedisten, orthopedagogen, psychologen, ergotherapeuten, groepsleiders en leerkrachten).

Eerst brengen de leden gezamenlijk, elk vanuit hun eigen ervaring en expertise, de bestaande situatie van het kind in kaart: Wat is het ontwikkelingsniveau? Hoe uit het kind zich? Maakt het gebruik van taal? Wat zijn de motorische beperkingen? Welke personen zijn belangrijk en hoe communiceren zij met het kind?

Ook wordt gekeken wat voor hulpmiddelen handig zouden zijn en of er aanpassingen in de fysieke (thuis)woonsituatie nodig zijn. Zo ontstaat een voorstel voor een communicatiesysteem dat exact is toegesneden op het kind.

  • “Zowel het vooronderzoek als de groepsbijeenkomsten vind ik zeer zinvol, waar zit een kind en wat willen we voor dit kind.”
    (cliëntbegeleider)  

                  

Doel en plan 

Vervolgens bepaalt de communicatiegroep welk doel het beste bij het kind past. Wat is wenselijk of mogelijk voor het kind om te leren? En wat vraagt dat van iedere communicatiepartner? Het doel is altijd óf een communicatieve functie of een communicatievorm.

De groep spreekt met elkaar af bij welke dagelijkse activiteiten het gebruik van de gekozen functie of vorm voor de hand ligt en welke hulpmiddelen dan eventueel nodig zijn.

Alle deelnemers krijgen een eigen plan waarin heel concreet is uitgeschreven hoe zij er in hun eigen contact met het kind voor kunnen zorgen dat het kind de gekozen functie of vorm (vaker) gaat gebruiken.

  • “Ik vind het belangrijk om met elkaar tot een doel te komen. Het liefst met de mensen die het meest betrokken zijn bij de cliënt.”
    (logopedist)

De uitvoering 

Daarna is het tijd om het plan uit te voeren. Waar en met wie het kind zich ook bevindt – in de instelling, thuis, met begeleiders, ouders, oppassen of grootouders – wordt tijdens dagelijkse activiteiten op een vergelijkbare manier en in een optimale setting met het kind gecommuniceerd.

Het kind zal hierdoor bestaande communicatievormen en communicatieve functies al snel vaker gaan gebruiken en ook nieuwe manieren van communiceren leren.

Intussen wordt er verder gebouwd aan het persoonlijke communicatiesysteem inclusief de hulpmiddelen die daarvoor nodig zijn.

Guus is 5 jaar, leert normaal, spreekt niet maar heeft wel een redelijke handfunctie. Guus wil graag bellen met Jacqueline dus speelt logopediste Antoinette voor de gelegenheid Jacqueline. Ze neemt Guus serieus en reageert op al zijn communicatie. Ze hebben samen veel plezier.

  •  “Door de partner wordt Joris meer uitgenodigd tot communicatie op zijn niveau. Ik denk dat dit een actievere Joris tot gevolg heeft.”
    (cliëntbegeleider Joris)

Begeleiding en evaluatie 

De leden van de communicatiegroep worden ondersteund door een overkoepelend interdisciplinair interventieteam, bestaande uit de persoonlijk begeleider van het kind en professionals als logopedisten, gedragskundigen en ergotherapeuten.

Tijdens de uitvoering van het interventieplan organiseert dit team diverse groepsbijeenkomsten om vorderingen te bespreken en het communicatiesysteem waar nodig aan te passen.

Ook worden er begeleidingssessies voor een of enkele communicatiepartners ingepland waarbij zij samen met een logopedist of gedragskundige kijken naar zichzelf communicerend met het kind.

Een compleet traject neemt zes tot negen maanden in beslag waarna er een evaluatie plaatsvindt en desgewenst een nieuw doel wordt vastgesteld.

Kai en zijn moeder spelen met verschillende ballen. Moeder geeft de beurt steeds over aan Kai en schept zo allerlei communicatieve kansen, zowel voor reacties op vragen als eigen initiatieven. 

COCP-model 

Elk kind met een ernstige meervoudige of verstandelijke beperking is bijzonder. Daarom is COCP maatwerk, een raamwerk voor een individueel interventieplan.

View Mobile Site