Bewust of onbewust, communiceren of het uitzenden van signalen heeft altijd een bepaalde functie. Het COCP-programma onderscheidt zestien communicatieve functies, van eenvoudig tot zeer complex. Welke functies een kind of volwassene beheerst en gebruikt, hangt af van zijn of haar ontwikkelingsniveau.


1. Aandacht voor de partner

2. Uiting geven aan stemming of gevoelens

3. Opmerken dat een activiteit onderbroken wordt

4. Beurtnemen

5. Accepteren van een aangeboden voorwerp

6. Protesteren of afwijzen van een aangeboden voorwerp 

7. Kiezen 

8. Groeten en dagzeggen 

9. Vragen om hulp 

10. Vragen om een voorwerp of activiteit 

11. Vragen om aandacht voor zichzelf 

12. Antwoord geven op ja/nee-vragen 

13. Informatie geven over iemand of iets 

14. Vragen om informatie 

15. Formuleren van gevoelens, gedachten, meningen 

16. Plagen, grapjes maken, doen alsof


View Desktop Site