Aan de start van het COCP-programma wordt rond elk kind een communicatiegroep gevormd waarin de belangrijke mensen uit het sociale netwerk van het kind met elkaar samenwerken.

Voor kinderen die thuis wonen zijn dat in elk geval de ouders, maar ook eventueel broers, zusjes, grootouders, vrienden of oppassen.
Bij kinderen die (deels) in een woon- of dagvoorziening verblijven, nemen ook de begeleiders, groepsleiders en therapeuten deel aan de groep.

De vuistregel is:
minimaal twee begeleiders uit elke omgeving. Omdat de leden van de communicatiegroep het kind het beste kennen, zijn zij actief betrokken bij de alle fasen van het programma en beslissen ze mee over individuele doelen en behandelplannen.


View Desktop Site